Navigatie overslaan.
Start

4. Naming services

/etc/hosts

Voor een lokale installatie stel je best /etc/hosts in, zodat je niet met IP-adressen moet werken. Het volstaat om de naam van de machine toe te voegen achter het IP-adres. Voor een single-site setup bekom je dan het volgende:

tille@debian:~$ cat /etc/hosts
127.0.0.1
192.168.204.128	debian debian.intern.voorbeeld.be

Voor een multi-site setup zet je alle virtuele hostnamen achter de „echte”:

tille@debian:~$ cat /etc/hosts
127.0.0.1
192.168.204.128  debian debian.intern.voorbeeld.be site-1.intern.voorbeeld.be site-2.intern.voorbeeld.be

DNS configuratie

Bij wijze van voorbeeld van een DNS configuratie geven we hierna de regels die voor onze toepassing in BIND toegevoegd werden in het bestand db.intern.voorbeeld.be in /var/named. Voor een single-site setup volstaat het een A record toe te voegen:

debian          IN      A           192.168.204.12

Voor een multi-site setup voeg je voor elke virtuele host een CNAME record toe:

debian          IN      A           192.168.204.12
site-1          IN      CNAME       debian
site-2          IN      CNAME       debian

Vergeet niet de reverse lookups te configureren. In ons voorbeeld maken we de configuratie in het bestand db.192.168.204, dat is het bestand met de informatie voor het subnet met adres 192.168.204.0:

12      IN      PTR     debian.intern.voorbeeld.be.

Hierin bepaal je dus dat 192.168.204.12 overeenstemt met de opgegeven machinenaam.

[Belangrijk] Serienummers

Deze bestanden hebben een serienummer. Vergeet dit niet aan te passen elke keer je een verandering doorvoert.

[Opmerking] DNS-terminologie

Deze termen moet je zeker kennen:

  • Een A record: verwijzing van een machinenaam naar een IP-adres.

  • Een CNAME: een alias: een andere naam voor een machine, verwijst naar de machinenaam en niet naar een IP-adres.

  • een PTR record: ook wel pointer record genoemd, het zorgt ervoor dat je IP-adres aan een naam gekoppeld is. Dit type record wordt vaak vergeten, wat dan voor allerlei narigheden in verband met hostlookups zorgt. Ook applicaties kunnen er last van hebben wanneer dit record niet bestaat.

[Tip] DNS records testen

Je kan eenvoudig testen of je DNS configuratie goed is: een nslookup of host van de machinenaam geeft een IP-adres terug. Doe een lookup van dat IP-adres: je moet dezelfde naam terugkrijgen.

Voor het geval beschreven in de paragraaf „domein.be vs. www.domein.be” maak je twee A records aan: eentje voor www.domein.be en eentje voor domein.be . Beide verwijzen naar het IP-adres van de webserver.

Wanneer je klaar bent, kan je de configuratie opnieuw inlezen:

root@nameserver# rndc reload

Voor andere DNS servers dan BIND neem je best de bijhorende documentatie ter hand. In grotere bedrijven wordt de DNS dienst vaak aangeboden door het departement Netwerken.